Perenboom (wilde)

Wil jij een Perenboom (wilde) planten? Dan vind je hier alle informatie die je nodig hebt over Perenboom (wilde) en ook hoe je de Perenboom (wilde) het beste kunt planten, snoeien en verzorgen.

Algemene kenmerken van een Perenboom (wilde)

De gewone peer is een inheemse soort. De soort groeit uit tot een middelgrote boom met een rechte stam en een brede kroon. In het voorjaar verschijnen witte bloesems die veel insecten aantrekken. In de nazomer en herfst ontwikkelen zich peren die door mensen, vogels en zoogdieren kunnen worden gegeten.


Hoe plant je een Perenboom (wilde)

Plant de zaailing op een zonnige plek in losse, goed doorlatende grond. Graaf een ruim plantgat zodat de wortels voldoende ruimte hebben. Plaats de boom op dezelfde diepte als waarop hij groeide en druk de grond na het planten licht aan. Geef direct water zodat de wortels goed contact maken met de bodem.

Hoe oogst je een Perenboom (wilde)

Zaailingen kunnen worden geoogst tijdens de winterrust, van november tot maart. Steek de zaailing ruim uit zodat zoveel mogelijk wortels behouden blijven. Voorkom dat de wortels uitdrogen en bewaar ze vochtig tot aan het uitplanten.

Verzorgen en snoeien van je Perenboom (wilde)

Jonge bomen hebben in de eerste jaren extra aandacht nodig tijdens droge periodes. Houd de directe omgeving van de stam vrij van sterke begroeiing zodat de boom voldoende licht, water en voeding krijgt. Bescherm jonge aanplant indien nodig tegen vraat door wild of vee. Zodra de boom goed is aangeslagen vraagt hij weinig onderhoud.

Waar groeit een Perenboom (wilde)

De gewone peer groeit het best op voedselrijke, goed doorlatende bodems. De soort komt voor in boomgaarden, houtwallen, erfbeplantingen, bosranden en struweel. Verwilderde exemplaren worden regelmatig aangetroffen op voormalige erven en langs wegen. De boom houdt van zon en verdraagt droge omstandigheden redelijk goed.


Algemeen

Origine
Inheems
Boomtype Loofboom

Lengte en leeftijd

Lengte in ca. 10 jaar 3 tot 6 Meter
Voortplantingsrijp in hoeveel jaar 5 tot 15 Jaar
Maximale leeftijd 80 tot 250 Jaar
Benodigde ruimte als solitair 25 tot 100m2
Groeisnelheid

Vermeerdering

Boom is zelfbestuivend Nee
Voortplantingsmethode
Voortplantingssnelheid

Voortplantingssnelheid

1. Zeer lage voortplantingssnelheid. Plant verspreidt zich bijna niet, heeft weinig zaden of vegetatieve verspreiding (bijv. bomen met zware zaden).
2. Lage voortplantingssnelheid. Verspreiding via beperkte zadenproductiel of specifieke omstandigheden vereist
3. Gemiddelde voortplantingssnelheid. Regelmatige verspreiding, afhankelijk van ! wind, water of dieren, met gematigde snelheid (bijv. Paardenbloem).
4. Hoge voortplantingssnelheid. Veel zaden en meerdere verspreidingsstrategieen (wind, vogels, vegetatief). Koloniseert snel open plekken
5. Zeer hoge voortplantingssnelheid. Invasieve soorten die zich explosief verspreiden over grote afstanden (bijv. Japanse duizendknoop).

Snoeiperiode

Deze boom is bladhoudend Nee
Zomer juni tot augustus
Winter Informatie niet beschikbaar
Bladvormen Cirkelrond
Gemakkelijk te snoeien Ja

Kenmerken Bast zaailing (50-200cm)

Lenticellen Ja
Kleur

Kenmerken Knop (50-200cm)

Kleur
Knop stand
Aanliggend
Afwisselend
Eindstandig
Knop vorm
Puntig
Spoelvormig

Overige

Wortel Informatie niet beschikbaar
Bloei Informatie niet beschikbaar
Windgevoeligheid

Ziektes

Is gevoelig voor de volgende ziekten Informatie niet beschikbaar

Oogst/herkenning in de winter

In de winter zijn de afwisselend geplaatste knoppen een belangrijk kenmerk. Deze zijn spits, bruin en liggen dicht tegen de twijg aan. De jonge twijgen zijn glad en glanzend bruin tot grijsbruin. Zaailingen hebben vaak een rechte hoofdstengel en soms korte stekelachtige zijtakjes.

Lichtbehoefte van de Perenboom (wilde)

De Perenboom (wilde) gedijt het beste onder deze lichtomstandigheden.

Geschikte grondsoorten voor de Perenboom (wilde)

In dit overzicht kun je terugvinden in welke soorten grond de Perenboom (wilde) het beste groeit.
Grondsoort Geschiktheid
Lichte klei
Zware klei
Zand
Veen
Leem
Moerig op zand
Lichte zavel
Zware zavel

Vochtigheid

Een (grond)watertrap geeft aan hoe diep het grondwater doorgaans onder het maaiveld staat. Hoe hoger het Romeinse cijfer, hoe dieper het grondwater staat.
I
II
III
IV
V
VI
VII
VIII

Geschikte zuurtegraad voor de Perenboom (wilde)

Elke grondsoort heeft een bepaalde zuurtegraad, gemeten in pH-waarden. De Perenboom (wilde) kun je planten in een bodem die valt in dit bereik:
0.0
0.5
1.0
1.5
2.0
2.5
3.0
3.5
4.0
4.5
5.0
5.5
6.0
6.5
7.0
7.5
8.0
8.5
9.0

Voedingsbehoefte Perenboom (wilde)

Sommige bodemsoorten bieden meer voedselrijkdom dan andere.
1.0
1.5
2.0
2.5
3.0
3.5
4.0
4.5
5.0
5.5
6.0
6.5
7.0
7.5
8.0
8.5
9.0
1. Zeer voedselarme bodem
2. Zeer voedselarme tot voedselarme bodem
3. Voedselarme bodem
4. Voedselarme tot matig voedselrijke bodem
5. Matig voedselrijk bodem
6. Matig voedselrijk tot voedselrijke bodem
7. Voedselrijke bodem
8. Uitgesproken voedselrijke bodem
9. Zeer uitgesproken voedselrijke bodem

Vochtigheid

Staat Perenboom (wilde) graag met zijn wortels in extreem droge (1.0) of natte (9.0) bodem?
1.0
1.5
2.0
2.5
3.0
3.5
4.0
4.5
5.0
5.5
6.0
6.5
7.0
7.5
8.0
8.5
9.0
1. Extreem droge bodems
2. Extreem droge tot droge bodems
3. Droge bodems
4. Droge tot droge/vochtige bodems
5. Droge/vochtige bodems
6. Droge/vochtige tot vochtige bodems
7. Vochtige bodems
8. Vochtige tot natte bodems
9. Natte bodems

Bij welke streek past deze boomsoort?

0 = niet ingevuld, 1 = ongeschikt, 5 = zeer geschikt
Streek Geschiktheid
Friese en Groningse zeeklei: FRANEKER EN LOPPERSUM
IJsseldal: DEVENTER
Achterhoek: WINTERSWIJK
Gelderse Poort en Pannerden (Oostelijke Rijn: Millingerwaard, Ooijpolder tot Arnhem): LOO
Rijk van Nijmegen (Stuwwallen m.u.v. Rijn en Maas): BERG EN DAL
Brabantse Maasstreek: HAARSTEEG
Limburgse Maasstreek: TEGELEN
Limburgs heuvelland: VALKENBURG
Zuidwestelijke zeekleipolders (Zeeuwse en Zuid-Hollandse zeekleipolders): ACHTHUIZEN
Laaglandrivieren (Rotterdam, Dordrecht, de Lek, de Betuwe): ALBLASSERDAM EN ECHTELD
IJsselmeerpolders en Zuiderzeedijken: DRONTEN
West-Friesland: SPANBROEK
Reestdal: OUD-AVEREERST
Vechtdal: OMMEN
Twente: DENEKAMP
Kalkrijke Hollandse duinstreek: VELSEN-NOORD EN WASSENAAR
Drents Plateau en Friese Wouden: SMILDE
Friese Meren tot Weerribben: SNEEK EN GIETHOORN
Regge en Sallandse Heuvelrug: NIJVERDAL
Brabantse zandgronden: BREDA EN EINDHOVEN
Zeeuwse zandgronden: BURGH-HAAMSTEDE
Centrale stuwwallen (Het Gooi, Utrechtse Heuvelrug, Veluwe en Gelderse Vallei): HILVERSUM EN OTTERLO
Kop van Overijssel
Wadden en noordelijke duinstreek (duinstreek ten noorden van Bergen): TEXEL
De Peel: VENHORST
Hollands en Utrechts laagveengebied: BROEK IN WATERLAND EN NIEUWKOOP

Toe te passen in landschappen

0 = niet ingevuld, 1 = ongeschikt, 5 = zeer geschikt
Landschap Geschiktheid
Voedselbos
Haag
Heg
Bos
Voederhaag
Achtertuin
Kleine achtertuin
Solitair
Houtwal

Cultuurhistorische waarde

0 = niet ingevuld, 1 = laag, 9 = hoog

Insecten

Hoeveel insecten leven er gemiddeld op deze boom/plant?
Welke insecten groepen leven op deze boom/plant?
Bijen
Vlinders
Zweefvliegen
Kevers
Wantsen
Vliegen
Wespen
Aasvliegen
Luizen
Hommels
Mijten
Muggen
Mieren
Lieveheersbeestjes
Cicaden
Wordt deze soort als waardplant voor insecten gebruikt? Nee
Voor welke insecten is deze soort een waardplant?
Meidoornstippelmot
Meidoornspanner
Meidoornkielwants
Meidoornhaantje
microvlinders

Vogels

Gemiddeld aantal vogels per boom/plant? 3
Welke soorten vogels leven van deze boom/plant??
Vinken
Mezen
Kramsvogels
Koperwieken
Lijsters
Roodborsten
Spreeuwen
Appelvinken
Houtduiven
Zanglijsters

Zoogdieren

Gemiddeld aantal zoogdieren per boom/plant? 3
Welke soorten zoogdieren leven op deze boom/plant?
Eekhoorns
Zwijnen
Reeen
Muizen
Hazen
Dassen
Zijn er zoogdieren afhankelijk van deze soort? Nee
Welke soorten zoogdieren zijn er afhankelijk van deze boom/plant?

Bloeiperiode

Zomer april tot mei

Boomsoorten

Boomsoorten waarbij deze boom graag staat
Meidoorn (Eenstijlige)
Perenboom (Conference)
Appel (Cultivar)
Linde (Hollandse)
Hazelaar

Geschikt voor zoogdieren?

giftig, 1 = ongeschikt, 5 = zeer geschikt
Zoogdier Geschiktheid
Mens
Paard
Koe
Varken
Kip
Geit
Schaap
Herbivore knaagdieren
Hond
Kat
Vossen
Dassen
Fret
Muis
Eekhoorn
Zwijn
Hert
Ree
Bevers
Vleermuizen

Toelichting

Eetbaarheid

  • Giftig: Deze boom of struik is giftig voor zoogdieren en absoluut ongeschikt om te eten.
  1. Zeer ongeschikt: Deze boom of struik is ongeschikt voor consumptie door zoogdieren en kan schadelijk zijn.
  2. Ongeschikt: Deze boom of struik is meestal ongeschikt voor consumptie door zoogdieren en kan nadelige effecten hebben.
  3. Matig geschikt: Deze boom of struik is in beperkte mate geschikt als voedsel voor zoogdieren, mogelijk met bepaalde risico's of beperkingen.
  4. Geschikt: Deze boom of struik is over het algemeen geschikt als voedsel voor zoogdieren, met weinig tot geen risico's.
  5. Zeer geschikt: Deze boom of struik is zeer geschikt als voedsel voor zoogdieren, veilig en van hoge voedingswaarde.


Stam hoogte

Gemiddelde stam hoogte (hg) van de grondvlakmiddenboom

van - tot, in hele meters, gemiddelde

Informatie niet beschikbaar

Stam diameter

(dg) (1,30m) van de grondvlakmiddenboom.

van - tot, in hele centimeters, gemiddelde

Informatie niet beschikbaar

Biomassa bovengronds

in hele kg

Informatie niet beschikbaar

Biomassa ondergronds

in hele kg

Informatie niet beschikbaar

Stoffenbinder

Informatie niet beschikbaar

Koolstofattractie (kf)

(dg) (1,30m) van de grondvlakmiddenboom Loofbomen (Kf = 0,48)

Opwarming

Deze boom is goed bestand tegen de opwarming (plus 3 graden) van ons klimaat en past in de toekomst van ons klimaat (hitte en droogte bestendig) en past in de toekomst ook goed in Nederland. Nee

Zo zien de vruchten van een Perenboom (wilde) eruit

perenboom

Zo ziet een Perenboom (wilde) in bloei eruit

in bloei